© Sasquatsch
Laatste wijziging: 25 jun 2007

Dodelijke ongelukken in de Formule 1


Jochen Rindt

Monza, ItaliŽ, 5 september 1970.


Jochen Rindt leidt het wereldkampioenschap Formule 1 in 1970 met twintig punten voorsprong op Jack Brabham en Jacky Stewart als de tiende race op Monza wordt verreden. Sinds 1969 rijdt hij in een Lotus om het wereldkampioenschap te kunnen winnen. Komend van Brabham geeft hij na ondertekening van het contract het commentaar: "Ik weet dat ik bij Brabham langer zal leven, maar ik wil wereldkampioen worden". De Lotus staat er om bekend dat het meestal technische oorzaken zijn die leiden tot - soms - dodelijke ongelukken (zoals die van Jim Clark in 1968 in een Lotus Formule 2 wagen). Graham Hill, die in 1968 niet midner dan negen ongelukken met een Lotus overleeft emrkt sarcastisch op: "Als ik in een race wordt ingehaald door een wiel, weet ik dat ik in een Lotus zit"

Lotus

In 1969 overleeft Jochen Rindt twee zware ongelukken in de Lotus en eindigt als vierde in het wereldkampioenschap. Het jaar 1970 gaat veel beter. Als de nu achtentwintig jarige coureur voor de training van de Grand Prix van Monza heeft hij vijf Grand Prix van dit seizoen gewonnen. En met Monza zijn er nog vier te gaan. Wanneer Jochen Rindt ook Monza wint is hij niet meer te kloppen.

De training

Maar de 25 kilogram lichtere Ferrari's zijn op Monza gevaarlijke concurrenten. Om zijn wagen sneller te maken laat Rindt de staartstabilisatoren van zijn Lotus 72 verwijderen. Zijn voorbeeld wordt gevolgd door zijn teamgenoot John Miles, maar na een mislukte testronde, met een pirouette in de Parabolicabocht, herziet deze zijn besluit. Ook Jochen Rindt vindt de wagen tijdens het remmen wat onrustig. Toch is hij bereid dit risico te nemen. "Ik wil op Monza graag wereldkampioen worden. Vanuit reclame-oogpunt zit er dan voor mij veel meer in, dan dat ik pas in de Verenigde Staten wereldkampioen wordt."

Samen met de Nieuw-Zeelander Dennis Hulme rijdt Jochen Rindt de piste op. Beide coureurs willen zich oefenen in het destijds op Monza zo belangrijke rijden de slipstream. Vier ronden rijdt Jochen Rindt in de zuigwind van Hulmes bolide. Iedere ronde rijden beide snellere tijden. In de vijfde ronde neemt Jochen Rindt de kop over en nu rijdt de oranje McLaren van Hulme in de zuigwind van de Oostenrijker. Op vijftig meter van elkaar komen de rijders de Curva di Vialone uit. In de vijfde versnelling en met een vaart van 290 kilometer per uur razen de twee wagens af op de Parabolicabocht af.

De crash

Dennis Hulme ziet hoe Rindt begint te remmen. Ogenblikkelijk daarna beginnen de voorwielen van zijn Lotus te slingeren. Zijn bolide schiet met een snelheid van 200 kilometer per uur de vangrail in. Zijn bolide wordt teruggeslingerd en slaat over de kop. Honderd meter verderop boort hij zich in het zand aan de linkerkant van de piste, waar hij in twee stukken breekt. Jochen Rindt, die nooit een broekgordel draagt omdat hij er rijdens het rijden last van heeft, wordt uitsluitend door een shoudergordel op zijn plaats gehouden. Doordat zijn bovenbenen niet worden vastgehouden schiet hij na de eerste klap naar voren, waarbij het stuurwiel zijn borstkas indrukt. Het kleine voorruitje van plexiglas snijdt zijn luchtpijp door.

Naar het hospitaal

Tijdens een rit naar het hospitaaltje op het circuit begint een dokter aan pogingen tot opwekken van de levensgeesten. De circuitarts wil niet inmiddelijk tot opereren overgaan, maar dat Rindt, die al worstelt met de dood, naar de kliniek in Milaan wordt gebracht. Omdat er geen helikopter beschikbaar is en doordat de ambulance tijdens de rit naar Milaan de politie-escorte kwijtraakt, kost dit nog eens een half uur. Als de omroeper op het circuit om achttien minuten voor vier meldt dat Jochen Rindt een ongeluk heeft gehad en naar een Milanese kliniek is gebracht, is Jochen Rindt al dood.

Met een minuut stilte voor hun dode collega, gaat de volgende dag de Grote Prijs gewoon van start. Zonder de rijders van het Lotus team. De race wordt gewonnen door Clay Reggazoni, voor Jackie Stewart. "Ik wilde niet rijden" verklaarde hij later. "Maar de racerij eraan geven wilde ik nog minder. Ik weet dat het een stompzinnig gedoe is, maar het is de enige business waar ik verstand van heb."

De oorzaak ?

De oorzaak van het ongeluk wordt nooit aan het licht gebracht. Het onderzoek van het Italiaanse Openbaar Ministerie leverde op dat tijdens het remmen voor de Parabolicabocht de remschoen rechtsvoor was afgebroken. Volgens de versie van Colin Chapman was de remschoen pas na het ongeluk afgebroken. Hij schoof de schuld op de ontbrekende staartstabilisatoren. Zonder deze stabilisatoren zou de neerwaartse druk op de achterwielen achterwege zijn gebleven. Op de beweringen van een baancommissaris: " ... eerst raakte een van de voorwielen van de Lotus los." - werd geen acht geslagen.

Toch wereldkampioen

Aan het slot van het seizoen werd Jochen Rindt postuum uitgeroepen tot wereldkampioen Formule 1 van het jaar 1970. Hij was de eerste coureur die na zijn dood tot wereldkampioen wordt uitgeroepen. Zijn collega, Le Mans winnaar Masten Gregory, aan het graf van Jochen Rindt: "Nu heeft hij toch datgene bereikt waarnaar hij altijd had verlangd."


Bron: De Meute - Heike Doutine, 1979.