© Sasquatsch
Laatste wijziging: 25 jun 2007

Dodelijke ongelukken in de Formule 1


Stuart Lewis-Evans

Casablaca, Marokko, 19 oktober 1958


Carrière

Stuart Lewis-Evans was evenals Stirling Moss en Peter Collins een ster in de 500cc Formule 3 races begin jaren '50. Hij maakte zijn debuut in de Formule 1 in de Grand Prix van Monaco in 1957 in een inferieure Connaught, waarmee hij een indrukwekkende vierde plaats behaalde. Dit resultaat bezorgde hem een plek als derde rijder voor het Vanwall fabrieksteam van Tony Vandervell, naast Stirling Moss en Tony Brooks. De Vanwall was wel erg snel, maar niet erg betrouwbaar. Lewis-Evans haalde in 1957 een pole position in de Grand Prix van Monza en werd tweede in de niet meetellende Formule 1 race van Marokko achter Jean Behra in een Maserati.

Opvallend detail is dat Stuart Lewis-Evans in 1957 werd gemanaged door Bernie Ecclestone, die dat jaar met zelf aangeschafte Connaughts zich probeerde te kwalificeren voor de Grand Prix van Monaco en Groot Brittanië, maar hier niet in slaagde. Beiden waren even oud en kwamen uit dezelfde buurt in Londen, Bexley.

Stuart Lewis-Evans
Stuart Lewis-Evans

Het jaar 1958 begon veel beter voor Vanwall met overwinningen voor Stirling Moss en Tony Brooks en twee derde plaatsen en een vierde plaats voor Lewis-Evans. Daarnaast behaalde hij nog een pole position in de Grand Prix van Nederland. Hij werd door zijn twee seniore teamgenoten gerespecteerd om zijn gevoel voor snelheid.

Stuart Lewis-Evans, Spa-Francorchamps 1957
Stuart Lewis-Evans in een Vanwall, Spa 1957

Het ongeluk

Op de race dag was het weer zonnig, mild en droog op het snelle, veeleisende cicuit van Ain-Diab bij Casablanca. Er waren 25 coureurs aan de start, met Mike Hawthorn in de Ferrari op pole position, en Moss en Stuart Lewis-Evans in de Vanwall op de tweede en derde startplaats.

Hawthorn lag 8 punten voor op Moss en Moss moest dus winnen en de snelste ronde rijden, waarbij Hawthorn geen tweede mocht worden. Moss lag vanaf de start op kop, gevolgd door Hill, Brooks en Hawthorn. Nadat Brooks uitviel, liet Hill Hawthorn voorbij, zodat deze tweede lag en dus wereldkampioen zou worden.

Lewis-Evans, in the derde Vanwall, probeerde dichterbij het duo in de Ferrari's te komen, maar in ronde 42 (van de 53) blies hij zijn motor op, waarbij zijn versnellingsbak blokkeerde. De auto spinde van het circuit af tegen een boom aan, waardoor de benzinetank openscheurde. De benzine liep eruit en vatte vlam door de hitte van de uitlaat. Lewis-Evans kroop uit de brandende Vanwall, zelf ook brandend in zijn niet-vuurvaste overalls, en rende in de richting van de 'baan-commissarissen', die het vuur doofden. Hij had echter al zeer zware brandwonden opgelopen.

Vandervell vloog Lewis-Evans naar Groot-Brittanië vanuit Casablanca in een prive vliegtuig dat hij voor de race had gecharterd. Hier werd hij behandeld in de brandwonden afdeling van East Grimstead Hospital, alwaar hij zes dagen later overleed, op 25 oktober 1958.

Volgens de lokale krant van Bexley, was de begrafenis van Stuart Lewis-Evans, gehouden in de Christ Church in Bexleyheath, de grootste die de voorstad ooit gezien had. Onder de aanwezigen waren Stirling Moss, Jack Brabham, Jo Bonnier en, natuurlijk, Bernie Ecclestone, als ook lokale notabelen, zakenmensen en familie.

Tony Vandervell herstelde nooit helemaal van de dood van zijn nieuwe, opkomende coureur en trok zich terug uit de autosport aan het eind van 1958. Dit ondanks de, mede door Stuart Lewis-Evans, behaalde constructeurstitel. Moss verloor echter het wereldkampioenschap met één punt aan Mike Hawthorn. Enkele Vanwalls reden in de eropvolgende jaren af en toe nog in een race.

Lewis-Evans op Silverstone, 1958

Bronnen:
Formule 1 De autobiografie - Gerald Donaldson
Wikipedia
Atlas F1
GrandPrix.com
GPRacing

< Peter Collins, 6 juli 1958   Chris Barstow, 19 juni 1960 >